Nierfalen bij de kat

Lisa / 30 oktober 2017

Nierfalen is een aandoening die veel voorkomt bij oudere katten. Je hebt hier twee vormen in. Acuut nierfalen en chronisch nierfalen.
Bij acuut nierfalen neemt de nierfunctie plotseling af, dit kan komen doordat er te weinig bloed naar de nieren gaat, of doordat de urine de blaas niet kan verlaten, door bijvoorbeeld gruis in de urineafvoerbuis. Ook vergiftiging kan tot acuut nierfalen leiden, bijvoorbeeld door het kauwen op een giftige plant. Bij acuut nierfalen is de kans dat de nieren zich herstellen het grootst.
Bij chronisch nierfalen neemt de nierfunctie langzaam af. De nieren verschrompelen. Zoals de naam al aangeeft, werken de nieren hierbij al langere tijd (chronisch) niet goed meer. Helaas worden vroege verschijnselen vaak gemist door eigenaren, waardoor de ziekte pas laat opgemerkt wordt. Als u merkt dat uw ouder wordende kat wat slomer wordt, minder graag eet, een slechte vacht krijgt, afvalt of meer drinkt en plast dan voorheen, is het verstandig hem na te laten kijken door uw dierenarts. Mogelijk gaat de functie van de nieren achteruit.

De nierfunctie

De nieren hebben verschillende essentiële functies in het lichaam. Ze houden de vochtbalans van het lichaam op peil door meer of minder water in de urine uit te scheiden. Ook werken ze als een filter dat afvalproducten uit het bloed haalt en het samen met water als urine verwijdert uit het lichaam en ‘goede’ stoffen juist in het lichaam vasthoudt. Daarnaast produceren ze verschillende stoffen die belangrijk zijn in de calciumhuishouding, bloeddruk en aanmaak van rode bloedcellen.

Een kat heeft, net als mensen, twee nieren. Het zijn boonvormige organen van ongeveer 3 cm groot. Nieren zijn opgebouwd uit duizenden kleinere functionele eenheden, nefronen, die het bloed filteren. Bij een jong en gezond dier zijn niet alle nefronen tegelijkertijd actief. Door ouderdom of beschadiging van de nieren gaan sommige nefronen dood. De reservenefronen nemen dan hun functie over tot uiteindelijk alle nefronen aan het werk gezet zijn. Het duurt een hele tijd voordat je door de reservecapaciteit van de nieren heen bent. Er is al een heel groot deel van de nieren stuk tegen de tijd dat de kat klachten krijgt. Deze nefronen kunnen dus niet meer vervangen/aangemaakt worden waardoor het nierfalen een blijvend probleem is.

 

Chronisch nierfalen

Chronisch nierfalen is een veelvoorkomende aandoening bij oudere katten. Sommige rassen hebben meer aanleg voor nierproblemen. Oa de polycystic kidney disease (PKD) dat voorkomt bij Perzen en dochterras Exotic kan leiden tot chronisch nierfalen. Hierbij is een deel van de nieren onherstelbaar beschadigd geraakt. Er kunnen verschillende oorzaken aan ten grondslag liggen. Meestal is deze echter niet meer te achterhalen omdat de ziekte al langer speelt dan dat er klachten zijn. Door de reservecapaciteit worden symptomen pas merkbaar als 75% van de nierfunctie verloren gegaan is. De eerste symptomen zijn meestal vaag, zoals een doffe vacht en sloomheid. Ook kan langzaam maar zeker gemerkt worden dat de kat wat grotere plassen doet op de bak.

Verschijnselen

Vaak worden deze beginnende verschijnselen van chronisch nierfalen niet herkend of afgedaan als ouderdomskwaaltjes. Als er niet ingegrepen wordt, zullen de nieren nog verder beschadigd raken en kunnen er ernstigere symptomen optreden.

Door het uitvallen van nefronen gaan alle normale functies van de nier minder goed werken. De nieren laten te veel water door naar de urine en houden te weinig water vast in het lichaam. Om dit te compenseren, zal de kat meer gaan drinken. Als hij het niet bijgedronken krijgt, zal de kat uitdrogen.

Ook kunnen de nieren afvalstoffen niet meer goed het lichaam uit werken en deze zullen blijven circuleren in de bloedbaan. Deze afvalstoffen vergiftigen de kat. Vooral ureum, een afvalproduct van de eiwitstofwisseling, zorgt hierbij voor problemen. Ureum geeft de kat een misselijk gevoel en kan zweertjes in de bek en maag veroorzaken. De misselijkheid en pijnlijke bek zorgen voor braken en een verminderde eetlust, waardoor de kat af gaat vallen.

Doordat de filterfunctie van de nieren niet goed meer werkt, worden er ook eiwitten uitgescheiden met de urine. Hierdoor zal het lichaam zijn eigen spieren gaan gebruiken om eiwitten uit vrij te maken.

Ook de hormoonproducerende capaciteit van de nieren wordt aangetast met alle gevolgen van dien. Zo kan er bloedarmoede ontstaan door een gebrek aan het hormoon EPO. Dit kan een kat sloom en lusteloos maken. De bloedarmoede kan bovendien nog verergeren door bloedverlies uit maagzweren en zweertjes in de bek.

Nierschade tast vaak ook het regulatiecentrum van de bloeddruk aan, waardoor er een te hoge bloeddruk in het lichaam ontstaat. Andersom kan een te hoge bloeddruk juist weer zorgen voor nierschade. Meestal merkt een eigenaar er niets van als zijn kat een te hoge bloeddruk heeft. Pas in een laat stadium ontstaan klachten als bloedingen in het oog, blindheid en hartproblemen.

Het stellen van de diagnose

Het meest voorkomende symptoom van nierproblemen is meer drinken. In combinatie met andere verschijnselen oa vermagering en/of braken zal uw dierenarts overgaan op bloedonderzoek en urineonderzoek om de oorzaak vast te stellen.

Urineonderzoek

De urine wordt nagekeken op de aanwezigheid van eiwitten en ontstekingscellen, en het soortelijk gewicht (sg) wordt bepaald. Hiermee wordt de waterigheid van de urine gemeten. Dit zegt iets over hoe goed de nieren urine kunnen concentreren.

Bloedonderzoek

In het bloedonderzoek geven de zogenaamde nierwaardes de doorslag over het al dan niet aanwezig zijn van nierfalen. De afvalstoffen ureum en creatinine worden bij nierfalen niet meer goed uitgescheiden en vormen hiermee een goede maatstaf voor de nierfunctie. Creatinine is een afbraakproduct van een eiwit dat in het spierweefsel voorkomt. Bij een gezond dier is de creatininewaarde in het bloed redelijk stabiel, omdat het constant met de urine uitgescheiden wordt. Bij meer dan 60% nierschade kunnen de nefronen alle creatinine in het bloed niet meer verwerken en stijgt de creatininewaarde van het bloed.

Het eerdergenoemde ureum zegt ook iets over de nierfunctie. Ureum is een chemische stof die door de lever wordt aangemaakt uit ammonium. Bij een verminderde nierfunctie kan het ureum ook niet meer goed uitgescheiden worden en zullen de waardes ervan stijgen in het bloed.

Een andere parameter voor de nierfunctie is fosfaat. Bij nierfalen kan het fosfaatgehalte stijgen, omdat het niet meer goed uitgescheiden kan worden. Een teveel aan fosfaat in het bloed is schadelijk.

Eventueel zal uw dierenarts ook overgaan op röntgenfoto’s en/of echografisch onderzoek van de nieren. Aangetaste nieren zijn klein en onregelmatig van vorm.

 

Behandeling

Nierfalen is helaas niet te genezen en de behandeling berust dan ook op het remmen van verslechtering van de nierfunctie.

De behandeling bestaat uit drie doelstellingen:

1) De ureum en creatinine waarden (BUN) en andere toxines in het bloed moeten verlaagd worden. Dit wordt bereikt door infuustherapie die het lichaam spoelt en de hydratiestatus van het dier weer op peil brengt. Het beste is het dier op te laten nemen en intraveneus infuus aan te leggen, maar bij sommige dieren is de vochttoestand zo slecht dat er onderhuids (subcutaan) vocht toegediend moet worden.

2) Het fosfaatgehalte in het bloed moet verlaagd worden. Dit zal anders leiden tot mineralisatie van organen. De dierenarts zal dan medicatie voorschrijven die voor de binding van het mineraal zorgt dat het lichaam het niet meer kan opnemen via de darmen.

3) Ook moeten ulcers in mond en maag voorkomen worden. Deze ontstaan door de toxines die achterblijven in het lichaam. Medicatie dient toegediend te worden met als doel braken tegen te gaan en de slijmvliezen te beschermen.

Voeding speelt een essentiële rol in de behandeling van chronisch nierfalen. De kat moet voor de rest van zijn leven een speciaal nierdieet krijgen. Een nierdieet bevat minder eiwit dan standaard voer en het eiwit dat erin zit is van betere kwaliteit. Hierdoor zal er minder ureum gevormd worden, wat ervoor zorgt dat de kat zich minder beroerd voelt.

 

Prognose

Hoewel eenmaal beschadigde nieren nooit meer kunnen herstellen, kan er met de juiste behandeling nog een goede kwaliteit van leven verkregen worden voor de kat. De prognose van chronisch nierfalen is echter erg wisselend. Sommige katten verslechteren snel en reageren niet goed op een behandeling. Andere katten kunnen nog jaren gelukkig leven.


Voorzie uw kat van schoon en vers drinkwater om de vochtinname te verbeteren en uitdroging te voorkomen. Een drinkfontein verschaft stromend water en dit motiveert uw kat om meer te drinken! Wilt u er een aanschaffen? Klik hier!

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *